|
Verlies van korrelspanning
Op maaiveldniveau van de dijk halverwege de kruin en de teen zitten een gronddrukdoos (GDD2) en een waterspanningsmeter (W4) monteerd. Uit het verschil tussen deze twee opnemers wordt de korrelspanning bepaald. Rond 10h50 wordt de waterspanning in de dijk opgevoerd. De gronddruk blijft min of meer constant, zodat de korrelspanning steeds verder afneemt. Hoe lager de korrelspanning wordt, des te gemakkelijker kan het uitspijpelende water korrels uit het talud meeslepen.
 |