On Januari the 1st of 2008 GeoDelft has become Deltares
Home  Dutch site  Contact  Sitemap 
Experiments

Op deze pagina staan beelden die tijdens de proef zijn opgenomen. De beelden die hier getoond worden, zijn met name aan het einde van de proef geschoten, als de waterdruk in de dijk hoog is, nabij en voorbij de maatgevende belasting.

Eerste stap

Na de eerste stap bij Ng = 80 is er in de dijk nog niet veel aan de hand. Het deel van de dijk dat met water is verzadigd, steekt donker af tegen het niet verzadigde deel. Het verzadigde deel is slechts dun, een tiende van de hoogte van de dijk. De grens tussen licht en donker in de dijk wordt gevormd door het freatische vlak. Nabij het talud buigt dit vlak mee met het talud. De klei, met ruitjespatroon aangegeven, voorkomt dat er water uit het talud stroomt. Geheel links in beeld is de drainage zichtbaar, die het water, dat uit de dijk is gestroomd, weer afvoert.  Dit beeld is om 17:02 opgenomen.

Vijde stap 1:2

Pas in de derde stap, bij een druk van 30 kPa, beginnen er bij het 1:2 talud een paar zandkorrels onder de kleibekleding te verdwijnen. Bij het begin van de vijfde stap is dit duidelijk zichtbaar. Ten eerste is er aan de teen, geheel aan de onderzijde wat zand zichtbaar, dat door een scheurtje in of onder de kleibekleding door is gekomen. Ten tweede is er onder de kleibekleding, beneden het freatische vlak, een dunne holte zichtbaar, waar het zand verdwenen is. De druk maaiveldhoogte, onder de kruin van de dijk, is bijna 40 kPa. Dit beeld is om 17:54 geschoten.  

Vijde stap 1:3.3 

Voor het 1:3.3 talud is de situatie veel gunstiger, er is nog geen schade ontstaan. Ookal drukt het water tegen de kleibekleding aan, er is nog geen sprake van enige erosie. Reden daarvoor is de lagere taludhelling. Deze heeft twee invloeden. De eerste is dat door de lagere taludhelling het verschil tussen de taludhelling en de f waarde van het zand groter is dan bij het 1:2 talud. Korrels liggen daardoor stabieler dan op een steiler talud. De tweede invloed is dat ook de verhangen kleiner zijn, omdat door de lagere taludhelling de afstand (langs maaiveld gemeten) tussen teen en kruin groter is dan bij een 1:2 talud. Ook dit beeld is om 17:54 geschoten.  

Zevende stap

Bij de zevende stap is de druk in de dijk opgevoerd tot bijna 50 kPa. Er is inmiddels zoveel schade ontstaan aan de dijk en zoveel zand geërodeerd, dat de kleibekleding van het talud is afgeschoven.  Het zand van de dijk is daarna niet langer bescherm en het stroomt met het water mee. Aan de teen van de dijk heeft zich een strandje gevormd, dat ook de waterafvoer bedekt. In de foto, die om 18:40 is gemaakt, is het oorspronkelijke maaiveld met een blauwe lijn aangegeven.